11. Een kleine reis, grote uitdagingen
Het was me gelukt om in een paar maanden genoeg geld bij elkaar te sparen voor een korte reis door Europa (noem het een petit tour préhistorique). Een maand zou ik rondtrekken met een twee voorname reisdoelen: indigenous mensen ontmoeten en tijd vinden om te schrijven. Daarna werd het even afzien.
Je vraagt je misschien af: hoezo door Europa reizen om inheemse mensen te ontmoeten, en niet Afrika, Australië of elders? Nou, ten eerste heb ik het geld niet voor zulke reizen, en voor de rest van het antwoord heb ik wat meer uitleg nodig. Die term 'inheems' heeft een hoop connotaties. Hoewel sommigen de grap naar mij hebben gemaakt dat je in Europa inheemse mensen in de lokale kroeg treft, wordt de term 'indigenous' of 'inheems' meestal gebruikt om te verwijzen naar de groepen mensen die in bepaalde streken leefden toen Europese kolonisten vanaf de 16e eeuw hun imperiums begonnen uit te breiden. Meestal met een dosis afgrijselijk racisme en geweld, zoals we allemaal weten. Deze botsingen waren met zowel jagers-verzamelaars als boerenmaatschappijen. Verder is het een veelgebruikt label voor de nazaten van deze groepen, die nog altijd veel met onderdrukking en geweld te maken krijgen. Denk aan de Navajo in de VS op wiens land radioactief afval wordt gedumpt, of de Hadza in Tanzania wiens gebied steeds meer wordt ingepikt door boeren. Begrijpelijk is het dat sommige leden van deze groepen dan ook zeer negatieve gevoelens koesteren naar geïndustrialiseerde maatschappijen en het koloniale verleden, en men doet er goed aan om genuanceerd over dit onderwerp te communiceren.
Hoewel er voorzichtigheid geboden is bij dit onderwerp, zijn de misstanden van heden en verleden naar mijn idee niet een reden om geen enkele toenadering meer te zoeken. Sterker nog, ik heb ontdekt dat in de laatste jaren een trend is ontstaan waarbij Europeanen die opnieuw het contact met de natuur zochten steeds meer verwelkomd worden bij indigenous evenementen en overlegstructuren. Het werd mij als volgt uitgelegd. Ooit zijn er in Europa ook jagers-verzamelaars geweest die op gelijksoortige wijze met de natuur in verband stonden, en later bijvoorbeeld de Keltische boeren. Dit zijn we echter collectief vergeten. Een kleine hint van dit verleden krijgen we in Nederland wanneer er voorwerpen op de kust aanspoelen uit Doggerland. Hoe dan ook, men zoekt deze band weer en vindt het in shamanisme, psychedelica of andere rituele contexten. Het is makkelijk om zulk een streven af te doen als 'Westerlingen die op zoek zijn naar iets nu dat het Christendom is weggevallen'. Ik moet al snel denken aan de New Age beweging of de Bagwan, en ik ben door kenners gewaarschuwd voor charlatans. Maar in de kern is er een heel belangrijk punt in dit soort bewegingen, namelijk dat zoeken naar balans met De Natuur. Hoewel de aarde zeer veel te bieden heeft, is ze eindig en kunnen we haar vervuilen en uitputten. Misschien niet binnen 500 jaar, maar wat doen we daarna? Als we naar jagers-verzamelaarsgroepen kijken is het makkelijk om hooghartig doen over hun technologische achterstand in vergelijking met ons. Maar ze hebben het wel honderdduizenden jaren volgehouden, en het lijkt er niet op dat wij dat kunnen met onze huidige strategieën. Er valt dus veel te leren.
Ik heb het geluk gehad meerdere mensen te kunnen ontmoeten die zichzelf identificeerden als indigenous, zowel in Australië, de VS en Europa. Dit waren hele plezierige ontmoetingen, en ik heb de indruk gekregen dat velen van hen openstaan voor culturele uitwisselingen zoals die ik zoek voor mijn filmproject. Want, zoals ik eerder heb geschreven, de leefwereld van de Steentijd is grotendeels verloren, en we moeten de gaten in onze kennis zo goed mogelijk invullen. Etnografie biedt hier een schat aan nuttige informatie. De leefwijzen van jagers-verzamelaars uit recentere tijden geven ons suggesties over de leefwijzen in de Steentijd die we met onze industrieel-wetenschappelijk-landbouw-gedreven breinen nooit zelf hadden kunnen bedenken. Ook suggereert de etnografie een grote culturele variatie, want geen groep is hetzelfde. Mijn plan is om inspiratie te halen uit meerdere inheemse culturen bij het vormgeven van de maatschappij in mijn volgende film, en hier heb ik positieve reacties op gekregen bij de ontmoetingen met inheemse mensen.
Mijn entree in deze wereld was via een professor in de ethiek van ecologie aan de Universiteit Utrecht, Liesbeth Feikema. Zij heeft naast haar academische scholing zelf jarenlange opleidingen in de shamanistiek gevolgd en heeft bovendien de hele wereld over gereisd om inheemse mensen te leren kennen. Ze heeft me hele waardevolle coaching gegeven bij dit project, en ze gaf me voor deze reis ook twee gouden tips: om naar de seminar van de Inuit shamaan Angaangaq te gaan, en om kennis te maken met Romanie Wolftaenzarin. Romanie had zelf het pad van shamanisme bewandeld, en ik wist niet helemaal wat ik moest verwachten toen ik naar haar praktijk afreisde in Amsterdam, maar ik heb tranen gelaten wegens het zelfinzicht wat ze me hielp vinden. Én ze adviseerde me om naar het KIVA-festival te gaan in Italië.
KIVA is niet heel bekend, maar wel interessant. Kiva – The Call of the Wisdom Keepers is een kleine beweging, begonnen in 1968, die draait om het samenbrengen van de wijsheden van inheemse volkeren. Centraal staat een ritueel waarbij de band met Moeder Aarde wordt geëerd. Het ritueel vindt plaats in een cirkelvormige kuil met een vuur in het midden en aan de rand vier kleine altaren van rotsen voor de windrichtingen. Er zijn meerdere rituelen per dag, en iedere keer volgt er een sweatlodge. Tussendoor vinden allerlei lezingen plaats en kleine workshops. Het bezoekersaantal zal rond de 200 zijn geweest, voornamelijk Europeanen. Het festival is de hele wereld overgegaan, met ook een aantal edities in Nederland, en vond dit jaar plaats in Italië op het platteland tussen Toscanië en Rome. Er waren Ouderen gekomen vanuit Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Nieuw-Zeeland, Mongolië, en nog meer plekken. Ieder bracht een eigen ritueel mee binnen de cirkel om dank te betuigen aan De Moeder, soms met dans en offers, soms met zang en muziekinstrumenten, elke keer mysterieus en intrigerend. Het is natuurlijk bijna onmogelijk dat exact dit ritueel plaatsvond in het Late Paleolithicum, maar misschien wel zoiets. In mijn zoektocht naar geschikte puzzelstukken om een plaatje van een culturele Steentijd maatschappij te maken, duik ik ook in de spiritualiteit. De spiritualiteit van vandaag is dan wel die van vandaag, maar, zo lijkt mij, spiritualiteit is ook een universeel menselijke eigenschap. Dus de spiritualiteit van vandaag valt te zien als een echo van de oerspiritualiteit, en de bestudering ervan brengt mij hints waar ik niet achter zou komen als ik alleen maar in de boeken zou blijven of op mijzelf de bossen in ga.
Want ik moet wel zeggen, onder mijn vrienden sta ik bekend als enigszins zweverig, maar bij KIVA voelde ik me relatief aan het publiek een stijve Zuidasadvocaat. Mijn eigen spiritualiteit lijkt het meest op die van de dichters van het Romanticisme met een vleugje Spinozisme en jaren '60 hippie erin, maar zaken als aardstraling en helende kristallen, laat staan persoonlijke goden of andere geesten, daar heb ik me nooit in kunnen vinden. En hoewel ze naar mijn mening mystiek en verwondering niet hoeven uit te sluiten hebben de exacte wetenschappen een grote plek in mijn wereldbeeld. Daardoor was ik dus naar mijn idee een buitenbeentje bij dit evenement. De sfeer was echter heel open en ik heb veel interessante gesprekken gevoerd. Ik kreeg zelfs de kans om een oudere uit Mexico om advies te vragen voor mijn scenario. Vrouwe Nubia Esperanza Rodriguez Garcia was zo aardig om mijn vragen te beantwoorden over vruchtbaarheidsrituelen in traditionele maatschappijen, en ik gaf haar als dank een van mijn mandala's.
Kort hierna reed ik door naar Oostenrijk, waar ik in het luxe Seminarhof Schleglberg een meerdaags seminar bijwoonde van de Inuit sjamaan Angaangaq Angakkorsuaq. Ik was hier naartoe gegaan op advies van Liesbeth, ze had mij verzekerd dat Angaangaq authentiek was en dat ik veel van hem kon leren. De Groenlandse sjamaan staat inderdaad bekend als dé spiritueel leider van het Arctische gebied: hij heeft meer dan 70 landen bezocht en gesproken op internationale conventies over klimaatverandering en inheemse zaken en vertegenwoordigde het arctische gebied bij de VN, en hij ontmoette bovendien mensen als Nelson Mandela, Gorbatsjov, twee pausen en de Dalai Lama. Het was dus vrij bijzonder dat ik, aangezien ik filmmaker was, door zijn managing team werd gevraagd om een interview met hem op te nemen.
Ondanks zijn CV bleek Angaangaq een zeer bescheiden man met een goed gevoel voor humor (hij moest lachen toen ik zei dat ik als kind iglo's had gemaakt). En hoewel hij inmiddels echt oud was, kon ik duidelijk zien wat voor krachtig charisma hij altijd moet hebben gehad. Hij zat vol met wijsheden en was altijd innemend en begripvol. Ik kreeg anderhalf uur alleen met hem en heb zo een unieke kans gekregen om van mens tot mens met hem te praten, los van de kleine cult aan volgers die om hem heen hangt. Tijdens de seminars, die drie dagen in beslag namen, vertelde hij over wereldvrede en over "het smelten van het ijs in de harten van mensen." Hij wisselde het delen van wijsheden af met prachtige en indringende Inuit gebedszang. Op deze momenten was hij een religieus figuur. Ik was heel blij dat ik het interview heb kunnen doen, omdat ik daardoor beide kanten van zijn persoon heb kunnen zien. Het leek mij dat hij het religieuze figuur was voor de mensen die daar behoefte aan hadden (de zoekende Europeanen) terwijl hij voor anderen nog steeds een gewoon mens kon blijven. Zonder meer een inspirerende man. Zou een sjamaan in de Steentijd hetzelfde charisma hebben gehad?

Op het gebied van film had ik overigens nog een noemenswaardige uitwisseling met Angaangaq. Ik kreeg tijdens een lunch de kans hem de vragen wat hij van de klassieke documentaire Nanook of the North (1922) vond. Hij antwoordde "Good, but it could've been better." Ik vroeg hem ook wat hij van Atanarjuat: The Fast Runner (2000) vond, een prachtig epos gebaseerd op een Inuit mythe. Het bleek dat hij hoogstpersoonlijk de National Film Board of Canada had overtuigd om de film te financieren. Hij vond mijn eigen filmproject een zeer waardevol initiatief en wilde graag zijn publieke steun betuigen.
Ik had nog net geld genoeg om een week of twee bij mij vrienden in Les Eyzies (Dordogne) een studio te huren. Hier vond ik eindelijk tijd om weer te schrijven aan het scenario. De tweede versie werd vijf pagina's, meerdere maanden aan indrukken en commentaren zou ik eraan toevoegen. Het werd al veel meer een tekst met een degelijke spanningsboog, logisch opvolgende scènes en aarding in de wetenschap. Op het zoldertje van de studio had ik een klein tafeltje en een klein raam naar de boomgaard, Frans stokbrood en verder niks nodig. In een pauze nog even de grot van Cougnac bezocht.
Bij Roc-St.-Christoph, een middeleeuws dorp wat in de kliffen was gebouwd en nu een openluchtmuseum, werd nog een steentijdevenement gehouden. Het stond er vol met aandoenlijke demonstraties van prehistorisch handwerk. Niet geheel toevallig kwam ik er een paar van de vuursteenbewerkers tegen die ik in Schöningen had ontmoet vorig jaar, die helemaal naar Zuid-Frankrijk waren afgereisd voor weer een internationale sessie vuursteen bewerken. Ik werd hier kort geïnterviewd door een journaliste van Le Parisien.
Hierna was het sprookje weer even voorbij. Het geld was op en ik moest aan de bak. Mijn nieuwe onlinebaan had nog steeds geen projecten voor me, en ik kon mezelf vanwege mijn reislust er niet toe brengen een vaste gewone baan ergens te nemen. Het werd dus weer beunen als uitzendkracht bij festivals, mijn vaders huis helpen renoveren en klussen op een boerderij van vrienden. Ik trok voor 1,5 maand weer bij mijn vader in en liet een vriend mijn studio in Utrecht onderhuren. Het was afzien, omdat ik na die lange dagen werk geen mentale kracht meer had om aan het project te zitten. Dan voelde ik me van het pad af en raakte afgestompt. Sommige weken kreeg ik het alleen voor elkaar om een paar mailtjes te sturen of een paar bladzijden te lezen. Een paar lichtpuntjes kwamen er wel: ik was te gast bij de podcast van EXARC en illustrator Marina Lezcano maakte een afbeelding voor bij het scenario:

Verder werd experimenteel archeoloog Markus Klek officieel lid van het productieteam voor The Eternal Seasons. Hij zal, wanneer het budget er is, hoofd van de artefactenafdeling worden. In de tussentijd doet hij onderzoek naar de materiële cultuur van het Magdalenien (ca. 21.000-13.000 jaar geleden), de periode die wordt afgebeeld in de film. Met dit onderzoek wordt duidelijk wat voor artefacten we straks moeten gaan verzamelen voor de filmproductie. Het klinkt simpel, maar dit is een belangrijke concrete stap!
Maar voor de rest was het veel beunen en weinig inhoud in juni-juli. Wel werkte ik toe naar iets moois: een maatje van mij moest van zijn camperbusje af, en wilde die graag aan mij slijten voor een zeer schappelijk prijsje. Samen met de reparaties zou ik €3500 kwijt zijn om de trotse bezitter van een Ford Transit dieselbus uit 2001 te worden. Dat zou mijn reizen nou eens naar een hoger niveau tillen. Met pijn in het hart verkocht ik mijn roestige Ford Mondeo maar de Transit maakte veel goed. Ik kon erin koken en slapen en overal gaan staan waar ik wilde. De eerste bestemming werd de UK, half juli.

Het Verenigd Koninkrijk biedt niet per se hoogtepunten als het op het Paleolithicum aankomt. Iedereen kent natuurlijk Stonehenge en andere steencirkels, maar let wel, die kwamen van veel later uit het boerentijdperk! Mijn film speelt 15.000 jaar geleden, dicht bij het einde van de laatste IJstijd (12.500 jaar geleden). Er waren in deze periode zo nu en dan wel mensen in Engeland, maar het was er meestal veel te koud, en er zijn slechts een handvol tekeningen en versierde voorwerpen gevonden. De twee grotten die je kan bezoeken zijn Gough's Cave en Creswell Crags, beide niet echt spectaculair vergeleken met hun Franse en Spaanse tegenhangers.

Een deel van de reden dat ik er toch heen ging was vanwege mijn Canadese vriendin, die haar toeristenvisum had uitgezeten en een tijdje buiten Schengen moest zijn. En ik was benieuwd of Wales mooie natuurgebieden had om in te filmen. Het British Museum had bovendien een kleine Magdalenien collectie uit de tijd dat zulke voorwerpen nog als souvenirs werden verkocht, die ik op afspraak mocht komen bekijken. We zouden drie maanden rondtrekken en rustig overal de tijd voor nemen. Maar helaas, mijn relatie ging uit, en mijn geld was er toch sneller doorheen gegaan dan gedacht. Ik was eigenlijk best overstuur en had helemaal geen zin meer om zo lang nog daar rond te trekken. Ik besloot de reis flink in te dikken. Tegen mijn principes van slow travelling ging ik in twee weken rap alle bestemmingen af. Na Gough's Cave in de buurt van Bristol reed ik door naar Wales. Via een collega was ik in contact gekomen met een zeer gastvrij boerengezin die me een dagje bij het thuis verwelkomden en me op een quad meenamen naar de golvende graasgebieden van hun schapen. Het bleek de meest afgelegen plek van Wales in termen van afstand tot een autoweg, midden in het natuurgebied de Brecon Beacons, met geweldige rotsformaties en kort gras tot aan de horizon. Behalve de schapen was het een prachtige plek om te filmen, en mij werd verteld dat de lokale boeren het zeker geen probleem zouden vinden om ze een keer binnen te halen voor een filmopname.

Kort hierna was ik helemaal naar Newcastle gereden om een video te maken met YouTuber Lindeybeige, om de dag erna alweer naar de regio Sheffield te trekken voor een bezoek aan Creswell Crags. En nog een nachtje in Londen bij een bevriend stel, waarmee ik het Natural History Museum en het British Museum bezocht. Hierna de boot terug vanaf Dover, en ik was weer thuis.
Tot zover mijn versnelde reis in de UK. Het was fijn om thuis te kunnen opladen maar ik was echt nog even onthutst door de breakup, en het leven zonder vast inkomen begon zwaar op me te wegen. Mijn gevoel was dat ik niet goed kon doorgaan met dit project met de achtergrondgedachte dat ik steeds financieel leegliep. Mijn plannen voor The Eternal Seasons zijn soms al een tikje Don Quichot-achtig, maar dat worden ze al helemaal als ik nog niet weet hoe ik over twee maanden de huur betaal. Op het moment van schrijven, half augustus, ben ik nog steeds aan het uitvogelen hoe ik het de komende tijd wil aanpakken. Mocht ik over een paar maanden nog steeds geen projecten hebben bij mijn onlinebaan, dan kan ik toch echt beter gaan solliciteren voor iets nieuws. Al met al heb ik de afgelopen maanden goede vooruitgangen gemaakt, en de film is weer een paar stappen dichterbij gekomen. En zodra ik mijn financiën weer op de rails heb gaat dat gewoon weer door.
Augustus 2026