10. De reis loopt af, en de reis gaat door

De laatste week van de Grand Tour Préhistorique bracht ik door in het prachtige Cantabrië (Noord-Spanje). Naast de Dordogne is dit de regio met de hoogste concentratie prehistorische grotkunst ter wereld. Hoewel mijn Spaans bij lange na niet zo goed is als mijn Frans, heb ik er hele leuke contacten gelegd en ik had er het liefst veel langer gezeten. Hierna was het sprookje voorbij, maar de reis gaat binnenkort weer verder.




De beroemdste grot in de regio is zonder meer Altamira. De prachtige tekeningen van bizons en herten en allerlei gekke abstracte figuren zitten hier niet tegen de wanden, maar aan het plafond. De echte grot kom je bijna niet meer in, maar de replica is erg leuk om te bezoeken, al was het maar omdat je op rustige dagen op de grond kan liggen en lekker de tijd kan nemen om alles te bekijken. Het is verder een relatief kleine en ondiepe grot, maar hij bevat een schat aan tekeningen en heeft bovendien een bijzonder ontdekkingsverhaal. Het was zelfs de eerste plek waar rotskunst werd ontdekt in Europa. In 1879 was de edelman Marcelino Sanz de Sautuola er naar prehistorische werktuigen aan het zoeken (de grot lag op zijn landgoed). In plaats van naar de grond keek toen zijn dochtertje naar het plafond en spotte een grote verzameling dierentekeningen. De wetenschappelijke gemeenschap geloofde Sautuola niet, omdat de tekeningen te mooi en goed geconserveerd waren, en bovendien waren wandtekeningen nog nooit aan de steentijd toegekend. Men beschuldigde hem van vervalsing. Pas jaren na zijn dood, toen in Frankrijk grot na grot werd ontdekt met de mooiste tekeningen, kwam de erkenning van de grot Altamira als een hoogtepunt van de vroege kunst in Europa. Er is een film over gemaakt genaamd Finding Altamira (2016), maar die is zo vreselijk dat hij alleen te kijken is voor fans van campy cinema.

Bizon uit Altamira. Bron: wikipedia
Bizon uit Altamira. Bron: wikipedia

De ontdekking van Altamira zegt veel over hoe wij omgaan met omwentelingen in de wetenschap. Het is makkelijk om 19e eeuwse mannen in hoge hoeden aan te wijzen als hopeloos paradigmatisch, maar hoe open zijn wijzelf voor nieuwe ontdekkingen? De archeologie is nog een jonge wetenschap die pas in de jaren '80 is geprofessionaliseerd. Technieken verbeteren constant en met enige regelmaat worden ontdekkingen gedaan die hele tijdslijnen naar achter schuiven en onze ideeën over de capaciteiten van vroege mensen op de schop doen. Wat zijn momenteel de vooroordelen en de dode hoeken in onze kenniswereld die op het punt staan achterhaald te worden? Het is in ieder geval hoog tijd om het beeld van de prehistorie als een brute en nare tijd te ontkrachten, en dit hoop ik met mijn komende film te doen. Elena Sanchez Moral, onderzoeker aan het Altamira Museum, was het met me eens en wilde maar wat graag helpen bij het project.

Een andere parel in de regio is het Museum van Prehistorie en Archeologie van Cantabrië (MUPAC) in het centrum van Santander. Begeleid met meditatieve muziek kun je hier door een zaal struinen met zeer fraai gedecoreerde stukken bot en ivoor. De ingekerfde dieren waren verfijnd en door een meesterlijke hand vervaardigd, en ik wilde maar kijken en kijken, iets trok me aan en ik kon bijna niet weg. Ik dacht, die komen zeker in de volgende film. Met García Moreno Alejandro, de interim directeur, voerde ik een interessant gesprek over het vertalen van wetenschap naar een fictiefilm, en ook hij wilde me graag bijstaan op het wetenschappelijke vlak van de film.

Een ibex gegraveerd op bot in het MUPAC. Bron: https://viatorimperi.es/santander/
Een ibex gegraveerd op bot in het MUPAC. Bron: https://viatorimperi.es/santander/

Ik ontmoette deze week ook de illustrator Marina Lezcano (@mlezac). Ze had over mijn project gelezen bij EXARC en had voorgesteld om elkaar te treffen wanneer ik in Santander aankwam (dit had ik aangegeven in de planning op mijn website). We zijn voor de gelegenheid nog maar eens het MUPAC ingegaan, samen met haar vriend Adrian (ook illustrator, maar dan voor games). Marina heeft prachtige maar ook speelse tekeningen gemaakt voor zowel wetenschappelijke artikelen als kinderboeken, en bovendien prijken haar illustraties in musea. Je ziet er de kant van de paleolithische mens die je niet vaak tegenkomt: kinderen, moeders, liefde tussen een Homo sapiens en een Neanderthaler… het soort tekeningen wat mij inspireert, en Marina wilde zich graag bij het project aansluiten en concept art maken voor bij het script.

Ondertussen was een maatje van mij overgevlogen uit Nederland, en Adrian nam ons mee naar twee openlijk toegankelijke grotten op het platteland. Er zijn blijkbaar wel 10.000 grotten in Cantabrië alleen, en slechts een fractie hiervan is beschermd. De meeste grotten bevatten geen prehistorische vondsten, en er is simpelweg geen budget of interesse om ze dicht te maken. Wie weet is er wel eentje waar ik straks een filmscène kan opnemen. In één van de grotten kwamen we uit op een zeer kleine opening op de grond, een tunneltje waar je alleen op je rug achterstevoren doorheen kan. Dat was erg spannend maar ik deed het toch, en we kwamen uit in een kleine ruimte vol druipstenen en graffiti die terugging tot de jaren '70. Even deden we het licht uit om de totale duisternis te ervaren, en ik was al snel erg blij dat we lampen bij ons hadden.

Hier kropen we doorheen
Hier kropen we doorheen

Rondom Santander zijn er een stuk of 6 prehistorische grotten met tekeningen die opengesteld zijn voor het publiek. Vergelijkbaar met de Dordogne kun je met een gids deze fenomenale plekken bezoeken, en eveneens vergelijkbaar spreken de gidsen meestal geen woord over de grens. Uitleg over formaciones geológicas, río subterráneo en estilo abstracto kon ik nog wel volgen maar dat was het ook wel. Volgende keer blijf ik iets langer in Spanje en probeer ik te taal echt te leren. Hoe dan ook, de grotkunst was weergaloos, subtiel, schattig, ik was elke keer overweldigd. El Castillo, Cullalvera, Las Monedas, de grotten van Cantabrië hebben allemaal een eigen verhaal. Schattige herten, iconische runderen, mysterieuze stippen… Ik was een kind in een snoepwinkel en ik wil zo snel mogelijk weer langsgaan.

Helaas was hierna de reistijd op, en ik begon de terugweg naar huis. Ik slaagde erin om onderweg op de valreep een meeting op te zetten met Nathalie Fourment, de directrice van het Musée Nationale de Prehistoire in Les Eyzies. Dit zag ik ook wel als de conclusie van een maand netwerken in de Périgord. Aangezien het een overheidsinstituut betreft moest ik, net als bij het Landesmuseum für Vorgeschichte in Halle, door een zekere bureaucratie heen, ik moest mijn ID inleveren en kreeg ik een gastkaartje opgespeld. Maar eenmaal binnen was de sfeer even ontspannen als in restaurant-café Le Syana ertegenover. Mme Fourment was blij me te ontvangen en we hebben een lang filosofisch gesprek gevoerd over het interpreteren van de prehistorie en het vertalen ervan naar fictiefilms. Niet alleen wilde ze graag helpen met het project en feedback geven op mijn script, ook kreeg ik een hele stapel mooie boeken mee naar huis. En ik gaf haar, net als bij alle musea, een fles zelfgebrouwen bier.

De terugkeer naar Nederland viel me enigszins zwaar. Ik kwam diep in de nacht terug in mijn studio in Utrecht en ik dacht bij mezelf: ik ben weer terug bij af. Mijn kamer was niet veranderd, mijn stadsie was niet veranderd, het was net alsof de reis niet had plaatsgevonden. Het was wel heel leuk om mijn vrienden en familie allemaal weer te zien. Maar er zat zoveel momentum in het project toen ik op pad was en dat leek nu te zijn gestopt. Bovendien was ik helemaal blut. Alles was in de reis gaan zitten, ik had bovendien onderweg geld geleend van vrienden en er lagen ook nog eens verkeersboetes op de mat uit Oost-Europa (paar keer vergeten vignet te kopen). En mijn auto besloot na 16.000 kilometer over het continent in Nederland om de hoek panne te krijgen. Nu vind ik arm zijn niet erg. Ik eet met plezier maandenlang rijst en bonen als dat betekent dat ik mijn project kan verwezenlijken. Maar de huur niet kunnen betalen geeft toch een beetje stress.

Een paar weken was ik zoekende hoe ik het beste verder kon gaan. Ik moest mijn huur en alle andere kosten betalen, en daarvoor moest ik werken. Dit zou een afzienbare hap zou nemen uit de tijd die ik aan het project kon besteden. Ondertussen wilde ik een onlinebaan zoeken waardoor ik weer zou kunnen reizen. Ik kreeg een kans bij een klein bedrijf wat logistieke modellen maakt (lang verhaal). Hiervoor moest ik dan weer omscholing doen… het was dus druk de laatste maanden. Maar ik werkte wel aan mijn doelen en het project bleef gaande.

Inmiddels heb ik de eerste versie van het scenario geschreven en heb het rondgestuurd naar de archeologen. Ik heb geweldige reacties gekregen, soms hele epistels met handige bronnen, verbeteringen in het verhaal en een paar keer zelfs suggesties voor filmlocaties bij specifieke scènes. De steun voor het project blijft maar groeien en ik ben eind deze maand alweer op pad met mijn ouwe Ford. Met een beetje geluk komt de onlinebaan op tijd op gang en kan ik de komende jaren zoveel reizen als ik wil.


April 2026